Hieronder treft u het gedicht van Robert Murray McCheyne (1813-1843) ‘Alles of niets’ zoals dat door ds. Schot onlangs aan het einde van een preek werd voorgedragen.

Eens waart Gij niets,
ik was toen al;
Ik leefde in de zonde,
maar sinds Uw Geest mij wondde
en mij de zielerust ontstal,
vond ik mijzelf bedrogen;
mijn ‘ik’ had mij belogen.

Gij werd toen iets,
maar ik bleef veel;
‘k Zou zelf mijn heil doen dagen,
voor niets zou ik versagen.
Ik droeg vol moed het zwaar gareel
der Wet; maar ach, mijn strijden,
kon niet mijn ziel bevrijden.

Toen werd Gij veel;
toch bleef ik iets;
Ik zou zelf door mijn smeken
U wel het harte breken;
Maar, o, mijn ziel, het baatte niets.
De hemel ging niet open,
bij al mijn worst’lend hopen.

Toen werd ik niets;
en Gij werd al!
O, grondeloos erbarmen!
Daar zonk ik in Uw armen!
Geen hel, die U mij roven zal!
God, Die oneindig groot is,
hoort hem, die gans ontbloot is!